Restmateriaal
Binnen de vakgroep orthopedie wordt veel onderzoek gedaan naar onder meer de ziekte processen van artrose en kraakbeenslijtage. Waarom verdwijnt kraakbeen naar verloop van tijd? Kunnen we kraakbeencellen activeren tot het maken van nieuw kraakbeen? Kunnen bepaalde middelen ontstekingen in het kraakbeen remmen of kraakbeencellen stimuleren om nieuw kraakbeen aan te maken? Van deze processen zijn nog heel veel stappen niet duidelijk. Wij proberen deze processen te ontrafelen. Maar dat kan niet zonder uw medewerking.
Als u geopereerd wordt binnen de afdeling orthopedie is de kans groot dat er weefsel (bijvoorbeeld versleten stukjes kraakbeen) verwijderd wordt om plaats te maken voor een implantaat. Dit verwijderd weefsel wordt normaal gesproken gewoon weggegooid. Wij willen dit weefsel bewaren om bovengenoemd onderzoek mee te kunnen doen.
Om uw privacy te garanderen verzamelen we dit “restmateriaal” onder een code: bijvoorbeeld P26-001. Dit betekent dat het gaat om de eerste patiënt in 2026 van wie restmateriaal is verzameld.
Wij willen het weefsel graag ook combineren met een paar persoonlijke gegevens, zoals leeftijd, lengte, gewicht en geslacht. Ook hier wordt uw privacy gewaarborgd door dezelfde code te gebruiken. Deze informatie is belangrijk omdat kraakbeenweefsel van bijvoorbeeld oudere en jongere patiënten verschillend kan reageren op middelen die we in het laboratorium onderzoeken.
Soms werken we ook samen met bedrijven die bijvoorbeeld een medicijn willen testen op het effect op kraakbeen. Hiervoor worden altijd goede afspraken met de bedrijven gemaakt en vastgelegd.
Tijdens het preoperatief gesprek op de poli vraagt uw behandelaar of we gebruik mogen maken van uw restmateriaal en beperkte gegevens. Daarnaast wordt gevraagd of we het restmateriaal mogen gebruiken voor onderzoek samen met een bedrijf. U kunt dan ook vragen stellen. Als u akkoord bent, wordt dit genoteerd in uw dossier.