Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Infecties

Prothese-infecties

Wat is een prothese-infectie?

Een infectie betekent dat bacteriën zich vastzetten op het oppervlak van uw prothese en daar een slijmlaagje (biofilm) vormen. Dit laagje zorgt ervoor dat de antistoffen of antibiotica de bacteriën slecht kunnen bereiken en dat de infectie niet vanzelf door het lichaam kan worden opgeruimd. U kunt ziek worden of de prothese kan slechter gaan werken of loslaten.

Prothese-infecties moeten daarom snel en goed behandeld worden.

Infecties van een orthopedisch implantaat (bijvoorbeeld knie-, heup- of schouderprothese) komen gelukkig niet vaak voor. Een tot twee op de 100 patiënten met een prothese krijgt een infectie, ondanks alle voorzorgsmaatregelen. Na operaties om een versleten prothese te vervangen (revisie),  krijgen iets meer patiënten een infectie: 5 a 10 op de 100. Infecties bij een orthopedisch implantaat/prothese kunnen vrij snel (binnen zes weken) of nog jaren  na de operatie optreden.

geinfecteerde knieprothese

verschijnselen van prothese-infecties

  • Verschijnselen van prothese-infecties

    Wat zijn de verschijnselen van prothese-infecties?

    Infecties kunnen vrij snel (binnen zes weken) of nog jaren  na de operatie optreden. Wanneer en hoe een infectie ontstaat, is belangrijk voor de behandeling.

    1. Vroege infecties

    Vroege infecties  treden op binnen zes à acht weken na de operatie waarbij de prothese geplaatst is. De verwekkers van deze infecties zijn meestal bacteriën van uw eigen lichaam (huid). Vurige roodheid en zwelling rondom de wond en aanhoudende wondlekkage zijn de meest belangrijke klachten. Soms krijgen mensen koorts en pijn in en rond het gewricht.

    2. Late infecties worden in twee groepen verdeeld: 

    2a. Acute hematogene infecties:

    Ook jaren na het plaatsen van uw prothese, kan nog een infectie optreden, als u ergens anders in uw lichaam een ernstige infectie heeft.  De bacteriën van die infectie kunnen via de bloedbaan bij uw prothese komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren na een infectie van de huid (wonden, wondroos), een tand of inwendige organen (blaasontsteking, galblaasontsteking, infectie van een hartklep).

    De klachten zijn meestal heftig : u voelt zich ziek, u heeft koorts en het gewricht is zeer pijnlijk en gezwollen.

    2b. Late chronische infecties

    De klachten zijn meestal pijn, vermoeidheid, stijfheid en het niet goed kunnen gebruiken van de prothese. Soms ontstaat er een fistelt(gangetje van de huid naar de prothese). Meestal heeft de patiënt geen zwelling, roodheid of koorts. Bij late chronische infecties kunnen de bacteriën al jarenlang bij het implantaat  aanwezig zijn voordat ze verschijnselen geven.

    Door dit soort infectie laat de prothese uiteindelijk los van het bot.  Dit gebeurt omdat het lichaam probeert de bacteriën op te ruimen. Deze constante “strijd” rond het gewricht maakt dat het bot rond de prothese wordt afgebroken. Daardoor verzwakt de verankering van de prothese aan het bot en kan de prothese loskomen. We noemen dit soort infectie ook wel een “laaggradige infectie”, omdat u er niet echt ziek van wordt. Maar behandeling is natuurlijk wel belangrijk.

    Hoe weet u zeker dat u een infectie heeft?

    Om een infectie vast te stellen beoordeelt de orthopedisch chirurg uw klachten, en de uitslagen van bloedonderzoek, beeldvormende (radiologische) onderzoeken en bacteriekweken. De diagnose bij vroege postoperatieve en acuut hematogene infecties is gemakkelijk, omdat de klachten en het bloedonderzoek duidelijk afwijkend zijn.  De infectie vaststellen bij late chronische infecties is moeilijk en bij 5% van de patiënten komen we het niet zeker te weten. We kunnen de volgende onderzoeken doen:

    • Bloed onderzoek:Vaak zijn de ontstekingswaarden in het bloed  (bezinking, CRP en aantal witte bloedcellen) verhoogd. Bij chronische infecties kunnen deze waardes echter ook normaal blijven.Soms wordt ook bloed afgenomen voor een bacteriekweek. De uitslag van zo’n  kweek kan vertellen welke bacteriesoort de infectie veroorzaakt heeft en welk antibioticum zal kunnen helpen.
    • Röntgenfoto: hierop kan bijvoorbeeld loslating van de prothese of veranderingen in het bot  rondom de prothese worden gezien die passen bij een infectie.
    • ECHO: kan vochtcollecties of pus in de diepte aantonen
    • FDG PET-CT: een scan waarmee we zeer nauwkeurig kunnen onderzoeken  of uw prothese geïnfecteerd is.
    • Prik in het gewricht (punctie): Als we willen weten of u een chronische infectie heeft, kunnen we een punctie van het gewricht doen om vocht uit het gewricht te halen en te laten kweken. Dit gebeurt onder steriele omstandigheden op de dagopname-afdeling (KLOK) of op de afdeling radiologie. De kweken laten niet alleen zien welke bacteriën verantwoordelijk zijn voor de infectie, maar bepalen ook welk antibioticum de basis moet vormen van uw behandeling. Soms, maar niet altijd wordt bij de punctie ook een Synovasure-test verricht. Dit is een sneltest om binnen korte tijd een infectie aan te tonen in het gewrichtsvocht. De test is nauwkeurig in 85-90% van de gevallen.

    Lees meer over de behandeling van prothese-infecties >

Sluit de enquête