Hernia en wervelkanaalstenose
Een hernia ontstaat doordat een tussenwervelschijf - een vezelige ring die als een soort schokdemper tussen de wervels ligt - gaat vervormen of scheuren en dan een uitstulpsel vormt, dat op een zenuw kan drukken. Dit kan naast rugpijn ook pijn of tintelingen in een been of in een arm (bij een nek-hernia) geven. Maar er zijn ook hernia’s zonder pijn. Soms is er bij een hernia sprake van krachtsverlies of verlies van gevoel in een deel van het been of de arm. Uit onderzoek blijkt dat een hernia in verreweg de meeste gevallen vanzelf verdwijnt. De uitstulping van de tussenwervelschijf wordt door het lichaam zelf opgeruimd. Dit kan wel geruime tijd duren. Als een operatie nodig is, gebeurt dit in het MUMC+ meestal door de neuro-chirurg. Uitgebreide informatie over de oorzaken, verschijnselen en behandelmogelijkheden van hernia in de onderrug vindt u ook op www.zorgvoorbeweging.nl.
Een wervelkanaalstenose kan ontstaan als een wervel van zijn plek gaat schuiven of van vorm verandert. Midden in de wervelkolom ligt het ruggemergkanaal en dat kan door veranderingen van de wervels versmallen. Dan kunnen de zenuwen die door dat kanaal lopen bekneld raken. Bij een wervelkanaalstenose kan pijn in de rug of pijn en krachtverlies in een been optreden. Maar het hoeft niet. Ook bij een wervelkanaalstenose kan opereren een optie zijn, maar het is lang niet altijd de beste keuze voor de patiënt. Lees hier een interview met dr. Willems van het MUMC+ over de behandelmogelijkheden bij hernia of wervelkanaalstenose in het jaarmagazine van de Nederlandse Orthopedische Vereniging (pag 44).