Regionaal opleiden

In verschillende keukens kijken

Steeds vaker volgen aiossen hun opleiding in meerdere ziekenhuizen. Dat heeft tal van voordelen, maar het stelt opleiders en aiossen ook voor uitdagingen. De Centrale opleidingscommissie van het AMC organiseert daarom op 16 november een symposium over regionaal opleiden. (Tekst: Wout Sorgdrager, Beeld: Van Lennep)

Het is gebruikelijk dat een aios de opleiding in twee ziekenhuizen volgt. Voor een aantal opleidingen is ook twee ziekenhuizen niet meer de standaard. Olivier Busch is opleider Heelkunde en voorzitter van de Centrale opleidingscommissie AMC. “Voor een brede opleiding moet je nu eenmaal een breed scala aan pathologie zien. Dat kan lang niet altijd in één ziekenhuis. Ziekenhuizen – de academische centra en de niet-academische centra – leggen zich namelijk steeds vaker toe op bepaalde behandelingen of ingrepen.” Vandaar dat sommige specialismen ervoor kiezen om de opleiding regionaal aan te pakken. Busch vertelt over de aanleiding van het symposium dat het OOR AMC op 16 november organiseert: “Die regionale spreiding van een opleiding heeft allerlei consequenties. Als de visitatiecommissie onze opleiding visiteert, ziet ze een beperkt deel van de opleiding. Immers: aiossen die hier worden opgeleid volgen twee jaar hun opleiding in het AMC en vier jaar elders. Bovendien moeten opleiders goede afspraken maken om de voortgang van de aios te kunnen volgen. En het heeft natuurlijk ook gevolgen voor de aiossen. Alleen al het reizen.”

‘MOEDERKLINIEK’

Ook andere Onderwijs- en Opleidingsregio’s hebben hiermee te maken. Heleen Staal is plaatsvervangend opleider Orthopedie in Maastricht, in het MUMC. Haar aiossen maken inderdaad heel wat kilometers. “Onze aiossen zijn het eerste en het laatste jaar van hun op- leiding in de ‘moederkliniek’. Daartussen zijn ze tweemaal een jaar in een andere kliniek.” Daarmee wordt de opleiding rijker, vindt Staal: “Ik vind de oude opleiding waarin een aios in hooguit twee ziekenhuizen werkte, gewoon te beperkt. Het is nuttig om een kijkje in verschil- lende keukens te nemen.” Natuurlijk om alle relevante pathologieën te zien. Maar Staal ziet meer voordelen: “Je opleiding is hét moment om verschillende aanpakken te zien, verschillende vormen van ziekenhuislogistiek. Bovendien, als je in meerdere ziekenhuizen hebt gewerkt kun je beter kiezen. En daar leid je voor op, dat een aios zijn of haar eigen keuze kan maken, goed onderbouwd en weloverwogen.”

Staal onderkent ook de nadelen. Met name dat aiossen ‘uit beeld’ kunnen raken. “Daarom heb- ben al onze opleiders toegang tot het elektroni- sche portfolio van de aios. Met aiossen die wat minder voortvarend te werk gaan en in de gevarenzone dreigen te raken, hebben we beoordelingsgesprekken, waarbij niet alleen de huidige opleider aanwezig is, maar ook de voorgaande opleider.” Dat werkt naar volle tevredenheid, stelt Staal. Niet alleen van de opleiders maar ook van de aios: “We hadden vorig jaar een uitvoerig gesprek met alle aiossen over wat er beter kan. Ik stelde voor om voor iedere aios een mentor aan te wijzen. Maar dat vonden de aiossen niet nodig.”

OPLEIDINGSCIRCUIT

In Nieuwegein is Hub Hacking opleider Revalidatiegeneeskunde in het Antonius Ziekenhuis. Regionaal opleiden? Niets nieuws onder de zon. “De revalidatiegeneeskunde werkt al heel lang met meerdere opleidingsplekken. Een opleidingscircuit bestaat altijd uit een revalidatiecentrum, een UMC en/of een algemeen ziekenhuis.” En ja, het kan inderdaad lastig zijn om zicht te houden op je aios, weet ook Hacking. Daarom krijgen aiossen in het opleidingscircuit Utrecht bij de start één van de drie opleiders als mentor toegewezen. Die opleider volgt de aios gedurende zijn of haar hele opleiding. Hacking: “Je bent dan dus vanaf het eerste moment bij alle voortgangs- en beoordelingsgesprekken. Dat is vooral het eerste jaar intensief. Dan hebben aios in totaal vijf van dergelijke gesprekken. Daar staat tegenover: we hebben twaalf aios- sen. Iedere opleider volgt dus vier aiossen. Dat is prima te doen. Natuurlijk, soms sta je net watte ver af van een aios. Zeker als er op de werk- vloer problemen zijn. Dan vaar ik echt op wat de opleider daar te melden heeft.”

STRAK OPLEIDINGSPLAN

Een andere manier om continuïteit te waarborgen is natuurlijk een goed en strak regionaal opleidingsplan. Zowel Staal als Hacking beschikken over zo’n plan. Hoe je de ontwikkeling van je aiossen volgt en als opleidingsgroep beoordeelt, is lastiger. De oplossing? “Praten”, zegt Staal. “Eens per drie maanden is er een overleg met alle opleiders waarin we alle aiossen bespreken.”

En de reistijd? In Utrecht speelt dat niet zo. In de Regionale Opleidingsgroep Orthopedie Maastricht wel. Staal: “Onze aiossen moeten inderdaad veel reizen. We hebben nu eenmaal een uitgestrekte regio. De meeste aiossen kiezen ervoor om niet tweemaal voor een jaar te ver- huizen maar om op en neer te reizen. Vaak doen ze dat overigens samen, dus dat scheelt. Maar het vergt heel wat van jezelf en van je familie.”

Voor visitatiecommissies is regionaal opleiden ronduit een uitdaging. Bij Revalidatiegeneeskunde is men niet anders gewend, vertelt Hacking: “Alle opleidingscircuits bestaan uit meerdere instellingen en die worden afzonderlijk beoordeeld.” Jammer, vindt Hacking. “Nu wordt telkens een stukje van de opleiding onder de loep genomen. Het geheel ziet de commissie niet. Ik heb begrepen dat we als revalidatiegeneeskunde de visitatie landelijk gaan aanpassen en dat gestreefd wordt naar circuitvisitatie.”

Symposium OOR-AMC Regionaal Opleiden

16 november 2015, 14.30 -16.30 uur AMC, Collegezaal 1
Informatie: omso@amc.nl