Knie

Kraakbeendefect in de knie: nieuwe behandelingen

Wat is een kraakbeendefect in de knie?

Soms ontstaat bij mensen op jonge leeftijd een gat in het kraakbeen van het kniegewricht. We noemen dit een kraakbeendefect. Een kraakbeendefect kan pijn en bewegingsbeperkingen veroorzaken. 

 Bij veel patiënten is het lastig om te achterhalen wat de oorzaak en/of het moment van ontstaan van het defect was. Het kan een ongeval zijn geweest, maar een defect kan ook ontstaan doordat het kraakbeen de belasting niet meer aankan. Dit kan komen door veroudering, overgewicht, een meniscus-operatie, afwijkingen in de stand van het been (O-of X-benen), etc.

Een specifieke aandoening waarbij het onderliggende bot de oorzaak is van het kraakbeendefect is osteochondritis dissecans, een aandoening die vooral voorkomt bij kinderen en jong volwassenen die veel sporten. De oorzaak is onduidelijk.  

Kan kraakbeen herstellen?

Kraakbeen kan uit zichzelf nauwelijks herstellen. De laatste jaren zijn er technieken ontwikkeld die het lichaam toch tot herstel aanzetten. Dit heet regeneratieve geneeskunde. U leest hierover meer op deze pagina.

Niet elke vorm van kraakbeenletsel kan hersteld worden. Dit heeft te maken met het herstellend vermogen van de knie. Factoren die een rol spelen zijn de leeftijd van de patiënt, de grootte en de plaats van het kraakbeendefect en of er sprake is van artrose. Verder wordt herstel beïnvloed door overgewicht, afwijkende stand of instabiliteit van het gewricht of een niet goed werkende meniscus. In sommige gevallen kan dit tegelijk met het kraakbeenherstel behandeld worden. Door middel van onderzoek maken we een inschatting wat het herstellend vermogen van het kraakbeen voldoende is voor een kraakbeenherstel-operatie.

Als kraakbeenherstel niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij oudere patiënten, is het plaatsen van een kraakbeenprothese (kleine voorgevormde metalen of kunststof ‘plug’) in het defect soms een oplossing.

 Vaak zal begonnen worden met een kijkoperatie in het gewricht (=artroscopie). Bij die operatie kan heel nauwkeurig bekeken worden of kraakbeenherstel mogelijk is en welke methode van herstel het meest geschikt is.

Methodes van kraakbeenherstel 

De drie methodes die het meest toegepast worden voor kraakbeenherstel zijn:

  1. Microfracture (=Icepicking) Bij deze ingreep worden gaatjes gemaakt in het onderliggende bot om ervoor te zorgen dat stamcellen vanuit het beenmerg het kraakbeendefect kunnen herstellen. Deze techniek wordt meestal toegepast als het defect niet eerder behandeld is en niet groter is dan 1 tot 1,5 cm2 De ingreep gebeurt via een kijkoperatie
  2. Mosaicplastiek of OATS Bij deze ingreep worden staafjes bot met gezond kraakbeen van een minder belast gebied in het gewricht getransplanteerd naar het gebied met het defect. Deze techniek is geschikt voor defecten van maximaal 2-3 cm2 en wordt meestal toegepast als er al een eerdere poging tot kraakbeenherstel heeft plaatsgevonden of als het bot onder het kraakbeen ook beschadigd is. Deze ingreep kan niet via een kijkoperatie plaatsvinden, maar gebeurt via een operatie waarbij de knie wordt geopend met een incisie.
  3. Autologe Chondrocyt-implantatie of –transplantatie (ACI of ACT) Dit soort kraakbeentransplantaties wordt toegepast bij grotere kraakbeendefecten. De behandeling bestaat uit twee ingrepen: via een kijkoperatie wordt eerst 200-600 mg kraakbeen (ter grootte van enkele graankorrels) afgenomen van een relatief onbelast gedeelte van het gewricht. In het laboratorium worden de kraakbeencellen gedurende 9 tot 12 weken opgekweekt. Als er voldoende nieuwe kraakbeencellen zijn, worden ze met een tweede kijkoperatie in het kraakbeendefect geplaatst. Op dit moment wordt deze behandeling niet meer door de producenten in Nederland geleverd en wordt er middels nieuwe onderzoeken in het MUMC+ gekeken naar alternatieve methoden.

Na al deze operaties is langdurige en intensieve fysiotherapie nodig om ervoor te zorgen dat het kraakbeenherstel goed verloopt. Kraakbeen herstelt altijd heel langzaam, dus een te snelle belasting van de knie kan het effect van de operatie teniet doen. Het is ook belangrijk dat de knie op de juiste manier geoefend wordt, zodat hij niet stijf wordt en u hem weer volledig kunt gebruiken. In totaal duurt dit ongeveer een jaar. Verderop op deze pagina vindt u hierover meer informatie. Zie ook de folder ‘Richtlijnen voor Fysiotherapie na kraakbeenherstel’.

De operatie

De operatie gebeurt onder algehele narcose of met een ruggenprik (klik hier voor informatie van de afdeling anesthesie). De ruggenprik kan gecombineerd worden met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt. Voor de operatie wordt een strakke band om uw been gelegd om uw been bloedleeg te maken.

De ingreep duurt een tot anderhalf uur. Bij een kijkoperatie maakt de orthopedisch chirurg aan de voorzijde van de knie twee sneetjes van 1 centimeter. Daardoorheen wordt een dunne lichtkabel met een camera (artroscoop) in de knie gebracht. Bij mosaicplastiek is opening van de knie nodig: de orthopedisch chirurg maakt een snee van 4 tot 8 centimeter. Na de ingreep worden de wondjes gehecht en wordt de knie ingepakt met een drukverband.

Na een eenvoudige kijkoperatie kunt u dezelfde dag naar huis. Als een grotere snee gemaakt is, is het gebruikelijk dat u een nacht in het ziekenhuis blijft.

Weer thuis

  • Na de ingreep mag u het been niet belasten en niet deelnemen aan het verkeer. Door de nawerking van de medicijnen kan het zijn dat u niet helder reageert.
  • De eerste avond en nacht na de operatie moet er iemand thuis aanwezig zijn.
  • U legt het been hoog, op harthoogte. Leg hierbij een kussen onder u knie.
  • U heeft 2 krukken nodig.
  • Intensieve, deskundige fysiotherapie is belangrijk om het been op de juiste manier te oefenen (zie hieronder bij fysiotherapie voor meer informatie) .
  • U mag het geopereerde been de eerste 2 weken totaal niet belasten.
  • In week 3 en 4 mag u de knie met 25% van het lichaamsgewicht belasten.
  • In week 5 en 6 mag u de knie met 50% van het lichaamsgewicht belasten

Het is belangrijk dat u de volgende leefregels opvolgt:

  • Verband: U mag het verband na 3 dagen verwijderen.
  • Pleisters: De pleisters laat u zitten tot aan de eerste controle in de polikliniek ( na ongeveer 10 dagen), behalve als ze nat zijn geworden. Vervang natte pleisters.
  • Douchen/Bad/Zwemmen/Sauna: U mag kort douchen vanaf 7 dagen na de operatie. Let erop dat u de wond niet laat weken. Bij het afdrogen de wond deppend drogen, niet wrijven. Vervang natte pleisters.U mag niet in bad, gaan zwemmen of naar de sauna zolang de hechtingen niet zijn verwijderd.
  • Krukken: U moet de eerste zes weken met krukken lopen. U mag de krukken langer gebruiken als u ze langer nodig heeft. Zolang u krukken gebruikt, mag u niet autorijden.
  • Sporten/werken: U overlegt met de specialist tijdens de controles op de polikliniek wanneer u weer kunt werken en/of sporten. Dit hangt af van de aard van het werk. Wat betreft sport: over het algemeen mogen zwaar belastende sporten zoals voetbal of squash pas 9 tot 12 maanden na de operatie beoefend worden. Sporten die de knie minder belasten, zoals fietsen of zwemmen, mogen eerder beoefend worden.
  • Medicijnen: Voor pijnstilling mag u verspreid over de dag maximaal 4 x 1000 mg (4 x 2 tabletten van 500 mg op een dag) gebruiken en maximaal 3 x 50 mg diclofenac, ook verspreid over de dag.
  • Autorijden: U overlegt tijdens de controles op de poli met uw specialist wanneer u weer kunt autorijden. Meestal is dit 6 tot 8 weken na de operatie. Als u nog krukken nodig heeft om te lopen, mag u niet  autorijden. Dit in verband met u rechtspositie bij een mogelijk ongeval.

Fysiotherapie Het herstel wordt ingedeeld in 4 fases:

  • Week 0-6 (de vroege beschermfase): bescherming tegen verkeerde bewegingen of grote belasting zodat het kraakbeen kan herstellen. U krijgt voorzichtige oefeningen om de knie soepel te houden en eventuele pijn te verminderen en u bouwt onder leiding van de fysiotherapeut geleidelijk de belastbaarheid van de knie op met behulp van krukken.
  • Week 6-12 (de overgangsfase): U bouwt  onder leiding van  de fysiotherapeut de soepelheid van de knie en de kracht en het uithoudingsvermogen van het been verder op. U mag meer doen met de knie.
  • Week 12 -26 (de opbouwfase): Kracht, souplesse en uithoudingsvermogen worden onder leiding van de fysiotherapeut verder uitgebreid. U kunt steeds meer met de knie.
  • 6 maanden – 1 jaar (volgroeiingsfase): Geleidelijk werkt u er onder leiding van de fysiotherapeut naar toe dat u de knie weer volledig en zonder beperkingen kunt gebruiken.

Mogelijke complicaties

Bij een kijkoperatie treden zelden complicaties op. De kans op een complicatie is bij waarbij de knie geopend wordt iets groter. De volgende complicaties kunnen optreden:

  • Na de operatie kan makkelijk stijfheid van de knie optreden door de vorming van littekenweefsel (artrofibrose). Daarom is het belangrijk dat u na de operatie start met het oefenen van het buigen en strekken van de knie onder leiding van de fysiotherapeut.
  • Een infectie. Deze is meestal goed te behandelen met antibiotica.
  • De kans op trombose (een bloedstolsel waardoor een ader verstopt kan raken) is heel klein. Om trombose te voorkómen gebruikt u gedurende 6 weken een anti-stollingsmedicijn. U leert hoe u zichzelf dit medicijn kunt geven met een injectie onder de huid.
  • Een nabloeding. Dit kan voor aanhoudende pijn en zwelling van de knie zorgen.

Neemt meteen contact op met het ziekenhuis als u last heeft van:

  • Extreme pijn
  • Misselijkheid of braken
  • Een nabloeding
  • Koorts boven de 38,5 graden

U belt dan met een van de volgende telefoonnummers:

  • Tijdens kantooruren: 043-387 69 00 (poli orthopedie)
  • ’s avonds, ’s nachts of in het weekend: 043-387 67 00 (Spoedeisende Hulp)

Contact

Neemt u voor meer informatie of met vragen gerust contact met ons op. U kunt ons tijdens kantooruren bereiken op de polikliniek orthopedie: 043 – 387 69 00.