Heupdysplasie (DDH)

Lichamelijk onderzoek bij heupdysplasie (DDH)

Voor het ontdekken van heupdysplasie bestaan verschillende simpele testjes die de huisarts of consultatiebureau-arts kan doen.

  • De arts kijkt of de beentjes van uw kind goed gespreid kunnen worden
  • is de lengte van de beentjes gelijk?
  • is er een extra bilplooi aanwezig?

Als een van deze symptomen aanwezig is, kan het zijn dat uw kindje DDH heeft. U wordt dan doorverwezen naar de kinder-orthopedisch chirurg.

De kinder-orthopedisch chirurg zal na een gesprek met u, u kindje opnieuw onderzoeken. Als hij ook vermoedt dat uw kindje DDH zou kunnen hebben, wordt  in de meeste gevallen een echografie (onderzoek met geluidsgolven) gedaan. Dit kan bij kinderen van ongeveer 4 weken oud tot ongeveer een jaar. Soms wordt ook een röntgenfoto gemaakt, maar dit is pas zinvol vanaf de derde/vierde levensmaand, omdat voor die leeftijd de heup nog niet goed zichtbaar is op de foto (Dit komt omdat de heup bij hele jonge kinderen nog grotendeels bestaat uit kraakbeen. Vanaf de ongeveer de derde maand is dit kraakbeen al voor een groot deel omgezet in bot en dat is wel zichtbaar op de foto)