Artrose en kraakbeen (algemeen)

Gewrichtssparende Kliniek

Het plaatsen van een kunstgewricht (prothese) is lang niet altijd de beste oplossing bij gewrichtsproblemen en artrose.

 

➢ Op de bovenste rij: grotere kans op problemen op de lange termijn als de patiënt op jongere leeftijd al een knieprothese krijgt. ➢ Op de onderste rij: de patiënt is op de lange termijn beter af door een gewrichtssparende behandeling.

Waarom kan het  belangrijk zijn om het plaatsen van een prothese uit te stellen?

Vooral bij jongere patiënten (jonger dan ongeveer 65) willen we het vervangen van een gewricht door een prothese (kunstgewricht van metaal en/of kunststof) zo lang mogelijk willen uitstellen. De redenen zijn:

  • Jongere patiënten kunnen door hun vaak actievere levensstijl eerder problemen ondervinden van de beperkingen die een prothese geeft.
  • Op jonge leeftijd kan de levensduur van de prothese korter zijn dan bij oudere patiënten doordat hij intensiever gebruikt wordt. Dat betekent dat hij sneller vervangen moeten worden dan op oudere leeftijd. Bij knie-protheses treedt dit probleem vaker op dan bij heupprotheses.
  • Een knieprothese is een minder succesvolle behandeling dan een heupprothese. Een kunstknie kan de complexe functie van een natuurlijke knie niet evenaren, waardoor u blijft voelen dat het een kunstgewricht is.
  • De uitkomst van plaatsing van een knieprothese is van tevoren moeilijk te voorspellen: 1 op 6 behandelde  patiënten zijn ontevreden met hun knieprothese.
  • We kunnen een prothese niet steeds weer vervangen. Op dit moment kan dat bij een knieprothese ongeveer twee keer.
  • Het vervangen van een prothese (revisie-operatie) is een complexe operatie. Het resultaat  van een tweede operatie is bijna altijd minder goed dan na een eerste operatie. Ook het gevaar van ernstige infecties en andere complicaties neemt toe bij vervangings-operaties, zeker bij patiënten met diabetes of overgewicht. In het uiterste geval kan bij een infectie die niet onder controle te krijgen is amputatie nodig zijn.

Om al deze redenen bieden we steeds meer gewrichtssparende behandelingen aan: behandelingen waardoor u minder klachten heeft maar het gewricht (nog) niet vervangen wordt door een kunstgewricht (prothese).

Gewrichtssparende behandelingen bij kraakbeenletsels en bij artrose

Gewrichtssparende behandelingen bij kraakbeenletsels:

Letsels van het kraakbeen in het gewricht kunnen tot artrose leiden en geven vaak pijn. Daarom proberen we deze letsels te behandelen, voordat echte artrose en grotere beschadiging van het gewricht optreedt. Op dit moment bieden we in het MUMC+ de volgende operatieve behandelingen voor kraakbeenherstel aan:

  • Kleine defecten (minder dan 2 cm) kunnen worden behandeld door middel van ‘microfracture’.
  • Grotere defecten bij jonge patiënten kunnen worden behandeld door middel van kraakbeentransplantatie.
  • Bij jonge patiënten bij wie het kraakbeen los is geraakt van het onderliggend bot kan het kraakbeen soms weer vastgezet worden. Als het onderliggend bot ook is aangedaan, kan ervoor gekozen worden om ook eigen bot (van een ander deel van het gewricht) in het defect te plaatsen voordat het kraakbeen wordt teruggezet.
  • Als herstel van het kraakbeen onwaarschijnlijk is, bijvoorbeeld bij patiënten boven de 40 jaar, kunnen we een ‘mini-prothese’ plaatsen. Dit is een 3D-geprint metalen plaatje of ‘punaise’ die het aangetaste kraakbeen vervangt. Of we passen een ‘mosaicplastiek’ toe.

Voor uitgebreide informatie over kraakbeenherstellende behandelingen in het MUMC+: klik hier.

In het kader van wetenschappelijk onderzoek en het verder verbeteren van de behandeluitkomsten houden we de resultaten van deze behandelingen in de gaten via vragenlijsten van  de International Cartilage Repair Society (IRCS). Ook doen we onderzoek naar nieuwe methoden van kraakbeenherstel.

Gewrichtssparende behandelingen bij artrose:

  • Voor patiënten met beginnende knie-artrose is er een speciale vroeg-artrose-poli. U krijgt leefstijladviezen die ervoor kunnen zorgen dat beginnende artrose niet (snel) erger wordt. U krijgt  adviezen over verstandig bewegen, oefeningen en zo nodig advies over afvallen. Ook gewrichtsbescherming, het gebruik van braces en het gebruik van goede pijnstillers worden besproken. U kunt worden doorverwezen naar de fysiotherapeut, diëtiste en/of ergotherapeut. Steeds wordt gekeken naar uw persoonlijke situatie en naar de risicofactoren voor verergering van de klachten bij u.

Afhankelijk van de oorzaak van uw klachten of als bovenstaande adviezen niet (meer) helpen, kijken we naar meer ingrijpende gewrichtsparende behandelingen. Gewrichtssparende behandelingen zijn er op dit moment vooral voor de knie en de enkel. Ze maken het vaak mogelijk dat u nog jaren goed kunt functioneren met uw eigen gewricht. Dit is vooral voor jongere patiënten belangrijk.

Bij artrose in de enkel of knie kan helpen:

  • Injectie-therapie: Bij artrose kunnen injecties met corticosteroiden (hormonen) of hyaluronzuur (een smeermiddel) in het gewricht de klachten verminderen. Corticosteroïden verminderen helpen vooral omdat ze de ontstekingsreactie in het gewricht verminderen. Hyaluronzuur is een natuurlijk smeermiddel voor het gewricht. Er wordt onderzoek gedaan naar andere injectie-therapieën.
  • Gewrichtsdistractie. Bij gewrichtsdistractie wordt het gewricht een klein beetje uit elkaar getrokken door staven die onder narcose geplaatst worden rond het gewricht. Deze behandeling zorgt ervoor dat het kraakbeen gedurende zes weken rust krijgt en zo gedeeltelijk kan herstellen. Daarna volgt een herstelperiode waarin u leert het gewricht geleidelijk weer volledig te gebruiken. Bij het kniegewricht geeft deze behandeling ongeveer 70% kans dat uw pijn met meer dan de helft vermindert en u voorlopig geen knieprothese nodig heeft.
  • Behandeling van onderliggend bot om de pijn te verminderen. De pijn bij artrose kan mede veroorzaakt worden door reacties van het bot dat onder het beschadigde kraakbeen ligt (kraakbeen zelf is ongevoelig). Als we op een MRI-scan zien dat het onderliggend stukje bot een reactie vertoont, kunnen we door een injectie in het bot (onder narcose) deze reactie en de pijn mogelijk verminderen. Deze nieuwe gewrichtssparende behandeling gebeurt alleen nog in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Bij artrose in de knie kan ook helpen:

  • gewrichtssparende kliniek: standcorrectie van de knie door een operatieOm de stand van de knie te verbeteren wordt een wig uit het onderbeen genomen en wordt het onderbeen in de nieuwe stand vastgezet. Bij X- of O-benen kan het corrigeren van de standafwijkingen van het been helpen. Als de artrose maar aan een kant van het kniegewricht zit, kan een correctie van de afwijkende stand van het been de pijn flink doen verminderen. Plaatsing van een knieprothese is dan niet meer nodig of kan worden uitgesteld.
  • Ontlasten van de knieschijf bij artrose achter de knieschijf. Bij artrose tussen de voorzijde van het bovenbeen en de knieschijf is vooral het strekken van het been (zoals bij traplopen, fietsen of opstaan) pijnlijk. Deze pijn kan verminderen als we de knieschijf stabiliseren of ontlasten door middel van een operatie.
  • Behandeling van een scheur in de meniscus. Als de meniscus niet meer goed werkt, kan dit leiden tot pijn en artrose. Kraakbeenherstel is ook niet mogelijk als de meniscus niet goed werkt. Om deze redenen werken we samen met andere onderzoekers aan oplossingen zoals het plaatsen van een kunst-meniscus  (meniscusprothese).

Met deze behandelingen kunnen we vaak de plaatsing van een knie- of enkelprothese geruime tijd uitstellen of zelfs afstellen. Als u na een gewrichtssparende behandeling weer klachten krijgt, overleggen we met u over andere gewrichtssparende ingrepen of over de plaatsing van een kunstgewricht (prothese). Kijk voor informatie bij Knieprothese  of Enkelprothese.