22 oktober 2018

Een nieuwe heup: voorste of achterste benadering?

Bij het plaatsen van een nieuwe heup zijn er verschillende mogelijkheden om bij het heupgewricht te komen. De chirurg kan het gewricht benaderen via de achterkant of de voorkant van de heup. Beide methodes worden wereldwijd al lang gebruikt, waarbij de achterste benadering veruit de meest toegepaste is.

Op internet en in patiëntenverhalen worden veel voordelen beloofd bij een voorste benadering. Maar de laatste nieuwe richtlijn over heupprotheses (kunstheup) van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging geeft aan (na grondige analyse van wetenschappelijke studies over dit onderwerp) dat er geen belangrijke verschillen zijn tussen beide benaderingen. In deze richtlijn wordt dan ook géén voorkeur uitgesproken voor één van beide benaderingen. De orthopeden in het MUMC+ geven de voorkeur aan de achterste benadering. Hieronder leggen we uit waarom.

Zijn beide methodes voor alle patiënten geschikt?

Voor de voorste benadering gelden een aantal criteria: geen overgewicht, geen grote spiermassa en een normale vorm van het heupgewricht. Bij de achterste benadering zijn geen aanvullende eisen; alle patiënten kunnen hier goed mee geholpen worden.

Welke operatie is eenvoudiger?

Bij de achterste benadering is de toegang tot het operatiegebied ruimer dan bij de voorste benadering. Daardoor heeft de chirurg beter zicht op het operatiegebied en kan overal goed bij.

Bij een voorste benadering is de opening kleiner en daardoor heeft de chirurg minder zicht op het operatiegebied. Vanwege de kleine opening wordt vaak een prothese met een korte steel gebruikt. De lange termijnresultaten van deze protheses zijn nog niet voldoende bekend.

Welke methode geeft  de minste spierschade?

Het heupgewricht ligt onder enkele spieren. Om bij uw gewricht te komen, moeten deze spieren aan de kant worden geschoven. Bij een achterste benadering moet de chirurg één of meer spieren tijdelijk losmaken en later weer vasthechten. Bij de voorste benadering worden de spieren niet losgemaakt, maar alleen opzij geschoven. Dit geeft meestal weinig spierschade, behalve als de spieren met kracht opzij moeten worden getrokken om instrumenten en de prothese via de kleine toegang in het operatiegebied te brengen.

Welke operatie geeft meer complicaties?

De kans op complicaties is bij een voorste benadering iets groter: gegevens uit de LROI (Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten) lijken erop te wijzen dat de prothese na een voorste benadering eerder los kan laten en vervangen moet worden dan na een achterste benadering. Verder hebben patiënten die worden geopereerd via de voorste benadering een grotere kans op een breuk rondom de prothese in de jaren na de operatie (met name dijbeenbreuken) en is er een grotere kans op uitval van de huidzenuw op het bovenbeen (gevoelloosheid).

Na een voorste benadering is het nieuwe heupgewricht iets stabieler dan na een achterste benadering. De kans dat uw nieuwe heup uit de kom schiet (luxatie) is bij beide benaderingen überhaupt niet groot (<1%), maar bij de voorste benadering het kleinst.

Bij welke operatie krijg ik de meeste leefregels?

Patiënten die met de voorste benadering worden behandeld zouden minder leefregels krijgen na de operatie. Echter, de patiënten die in het MUMC+ de achterste benadering krijgen, hebben nagenoeg dezelfde leefregels als patiënten die in andere centra via de voorste benadering worden geholpen.

Welke operatie geeft het minste pijn?

Uit onderzoek blijkt dat patiënten bij een voorste of achterste benadering ongeveer evenveel pijn hebben. Hoeveel pijn u heeft, wordt vooral beïnvloed door een goede voorlichting en voorbereiding (onder andere een zo goed mogelijke conditie). Met hulp van onze anesthesisten zorgen we ervoor dat u de dagen na de operatie zo min mogelijk pijn heeft, zodat u zo snel als mogelijk weer op de been bent.

Kunnen patienten na een voorste benadering eerder naar huis?

Uit onze ervaring blijkt dat de meeste patiënten het niet prettig vinden om op de dag van de operatie ’s avonds al naar huis te gaan. De meeste patiënten kunnen één of twee dagen na de operatie al naar huis, ongeacht de benadering.

Compleet behandeltraject

Het succes van uw heupoperatie heeft vooral te maken met het hele traject rondom de operatie: een goede voorbereiding, uw conditie, de revalidatie, het type prothese en de ervaring van de orthopedisch chirurg. De resultaten van heupoperaties via de achterste benadering in het MUMC+ worden als uitstekend beoordeeld door patiënten (bron: LROI). Daarom zien wij geen noodzaak om over te stappen op een andere operatietechniek. Door onze huidige werkwijze houden we de kwaliteit van onze heupoperaties hoog en onze patiënten tevreden.